Verschillende voerstrategieën verbeteren stikstofefficiëntie in de melkproductie

MMatthijs 6 januari 2024 09:16

Het promotieonderzoek van Tine Van den Bossche toont aan dat de stikstofefficiëntie in de melkproductie kan worden verbeterd met verschillende voerstrategieën. Door over te schakelen naar grasklaver, aanpassingen in de voederwinning, en het combineren van minder ruw eiwit in het rantsoen met voeradditieven, kunnen boeren de stikstofefficiëntie in hun melkvee verhogen.

Vermindering van kunstmestgebruik

Uit het promotieonderzoek van Van den Bossche is gebleken dat de overstap van gras naar grasklaver een significante rol kan spelen in het verminderen van het gebruik van kunstmest. Voor een opbrengst van 11 ton droge stof per hectare is er met grasklaver maar liefst 71 procent minder kunstmest nodig dan met gras. Dit draagt niet alleen bij aan een duurzamere landbouwpraktijk, maar kan ook kostenbesparend werken voor de boer.

Optimaliseren van de voederwinning

Een tijdige maaiing van gras in een vroeg groeistadium kan de verteerbaarheid van het organisch materiaal verbeteren. Daarnaast zorgt maaien op een zonnige namiddag voor een hoger suikergehalte, wat bijdraagt aan de eiwitkwaliteit en stikstofefficiëntie. Verder draagt voldoende voordroging, en het voorkomen van verontreiniging, bij aan een lagere concentratie ruw as in de kuil, wat ook gunstig is voor de stikstofefficiëntie.

In de zoektocht naar manieren om de eiwitkwaliteit te verbeteren, is ook het gebruik van tannine-extract als kuiladditief onderzocht. Echter, de dosis van 7,2 gram per kilo droge stof bleek niet voldoende om de kuil- of eiwitkwaliteit te verbeteren ten opzichte van een kuil die behandeld werd met melkzuurbacteriën. Hoewel een hogere dosis tannine mogelijk effectiever is, is dit vanuit economisch oogpunt niet interessant. Het toevoegen van tannine kan echter wel de stikstofverliezen beperken door meer stikstof in de vaste mest te krijgen en minder in de urine.

Verlaging ruw eiwitgehalte in rantsoen

Uit het onderzoek blijkt ook dat het verlagen van het ruw eiwitgehalte van het rantsoen van 16,5 procent naar 14,5 procent de ammoniakuitstoot met 20 procent kan verminderen. Echter, een rantsoen met 14,5 procent ruw eiwit kan nadelig zijn voor de melkproductie. Daarom wordt er nog verder onderzocht hoe de melkproductie op peil kan worden gehouden met een lager gehalte ruw eiwit.

Het toevoegen van pensbestendige essentiële aminozuren aan het rantsoen was een van de strategieën die werd onderzocht om de eiwitkwaliteit en stikstofefficiëntie te verbeteren. Dit bleek echter een complexe uitdaging te zijn. Het is volgens de onderzoeker moeilijk om vast te stellen welke aminozuren de koe precies tekort komt, wat het toevoegen van de juiste aminozuren moeilijk maakt.

Toediening van essentiële oliën

Een andere strategie die onder de loep werd genomen, is het toedienen van essentiële oliën aan het rantsoen. Dit bleek een gunstig effect te hebben. Het kan de stikstofbenutting door de koe verbeteren en de melkeiwitproductie verhogen. Wel merkte Van den Bossche op dat het nog onduidelijk is of dit positieve effect op lange termijn behouden blijft.

Meer artikelen

Lees ook

Hier zijn een aantal interessante artikelen op andere sites uit ons netwerk.